Sint-Elooi

Eligius werd rond 590 geboren in het plaatsje Chaptelat bij Limoges. Hij begon zijn loopbaan als hoefsmid. Bij Abbo van Lyon kreeg hij zijn opleiding tot edelsmid. Van de Frankische koning Chlotarius II († 629) ontving hij eens een hoeveelheid goud om er een troon van te maken. Hij maakte er twee, en wat hij aan grondstof overhad, gaf hij aan de koning terug. Deze mate van eerlijkheid was zo ongewoon in die dagen, dat de koning hem onmiddellijk een aanstelling aan het hof verleende. Naast edelsmid diende hij ook als muntmeester en persoonlijk raadsman.

Hij vervaardigde o.a. reliekschrijnen voor Sint Germanus van Auxerre († 448; feest 31 juli), Sint Geneviève van Parijs († ca 512; feest 3 januari) en voor Sint Maarten († 397; feest 11 november). Hij was een kundig vakman en groot kunstenaar. Tot op de dag van vandaag worden er munten en kerkelijke gebruiksvoorwerpen van zijn hand bewaard.

Hij is patroon van alle ambachtslieden die met een hamer werken zoals, mijnwerkers en timmerlui, hoef- en edelsmeden; munters, numismatici en muntenverzamelaars (van hieruit ook van armen in geldnood); graveurs en horlogemakers; blikslagers, scharenslijpers, sloten-, klokken- en messenmakers; van ijzerdraaiers, metaalbewerkers en betonvlechters; werktuigkundigen, mecaniciens, elektriciens, lampenmakers en informatici; koetsiers, koets- en wagenmakers (en daardoor in de moderne tijd ook van garagehouders); van zadelmakers, paardenhandelaren, pachters, boeren, landbouwers, knechten; voerlui en vrachtrijders; vee- en dierenartsen; bewakers en veiligheidspersoneel.