Rita van Cascia

Rita van Cascia, Patrones van hopeloze en onmogelijke gevallen

Geboren rond 1380 nabij Spoleto (Umbriƫ ten noorden van Rome). Ze werd tegen haar zin uitgehuwelijkt en trad na de dood van haar geweldadige man in bij de augustinessen van Cascia (Perugia), waar ze opviel door haar verering voor de gekruisigde Christus. Dat resulteerde vijftien jaar voor haar dood in het verschijnen van de stigmata van de doornenkroon op haar hoofd. Daarom wordt ze altijd afgebeeld met een kruisbeeld, een bloedende wonde aan het voorhoofd en een doornenkroon die ze in de hand houdt of die aan haar voeten ligt.

Rita draagt een zwart habijt met zwarte hoofd- en witte ondersluiter. Over de bijen die over haar kleren kruipen, vertelt de legende hoe die rond haar wieg vlogen en honing in haar mond lieten druppelen (de bij is een symbool van kuisheid). Soms ligt een gesel (of drie gesels) aan haar voeten en houdt ze een roos in de hand omdat tijdens haar laatste winter een roos in haar tuin bloeide. Een aparte voorstelling toont hoe Christus haar een doornenkroon aanreikt.

Tijdens haar laatste levensjaren moest ze het bed houden en omdat haar wonde zo een ondraaglijke geur vespreidde, bracht ze veel tijd door in afzondering. Rita van Cascia werd aangeroepen in uitzichtloze situaties wegens verschillende redenen: haar problematisch huwelijk, de afwijzing van verschillende ordes om haar op te nemen en ten slotte haar ziekte. Zij overleed in 1457 en werd heilig verklaard in 1900.

Momenteel is Bouge, een stadje ten noorden van Namen, vooral bekend als bedevaartsoord van de H. Rita.